Cuba

Fietsen door een land van contrasten (deel 1)

jeroenkleiberg was hier op 2019-01-25 Gepost op: 2019-01-27 3 reacties.
Fietsen in Cuba stelt ons voor een aantal uitdagingen. Idealiter stappen we elke ochtend zo vroeg mogelijk op de fiets. Als het buiten nog fris en koel is. Helaas zijn de tropische dagen maar kort. Pas om zeven uur is het licht en vaak kunnen we niet eerder dan half acht of acht uur ontbijten. Rond het middaguur is de tropische hitte als een verstikkende deken neergedaald en zijn we toe aan een pauze. Het liefste zouden we nu op een terras afkoelen met een ijskoud drankje. Maar er zijn geen terrasjes. Een siësta aan een klein riviertje klinkt idyllisch, maar dat is het door de vele muggen niet. Winkels zijn er niet. Kraampjes langs de weg met fruit of koele drankjes ontbreken. Drinkwater is bijna nergens te krijgen en daarom desinfecteren we het kraanwater. De chloorsmaak verdrijven we met poeder dat smaakt naar meloen, sinaasappel of citroen.

Iets te vinden om te eten is een andere uitdaging. We zien mensen lopen met grote roze taarten. Ergens moet een bakker zijn. Wij lusten wel een vers gebakken broodje of een zoet gebakje. We zien een luik waaruit de taarten komen. Broodjes liggen er verleidelijk op de plank. De Unidad locaties lijken winkels, maar dat zijn het niet. Geld is hier waardeloos, bonnen zijn hier nodig. Vandaag zijn het roze taarten, morgen misschien wel appeltaart die op de bon zijn te krijgen. Wij zijn geen Cubanen en krijgen niets. Met een lege maag moeten wij door. Gelukkig passeren we af en toe een dorp met een cafetaria. Niet meer dan een houten keet waar wat broodjes, pizza’s, koffie, koekjes en refresco’s (aanmaaklimonade) te krijgen zijn. De prijzen staan hier aangegeven in pesos, het betaalmiddel van de Cubanen. Daar gaan er 25 van in een CUC, de munt voor toeristen en die gelijk staat aan de dollar. In peso’s is alles goedkoop. Voor 1 peso drinken we koffie, voor 8 peso eten we een broodje met ham en kaas.

Cuba was de laatste kolonie van de Spanjaarden, die met hulp van de Amerikanen werden verdreven. In plaats van vrijheid voor de Cubanen, kregen de maffia en het grootbedrijf het er voor het zeggen. In ruil voor mooie glimmende auto’s verdwenen de opbrengsten van het land in de zakken van de buitenlanders. De Spanjaarden waren dan wel verdwenen, het land was nog steeds niet van de mensen. Batista was de marionet van de Amerikanen die met angst en geweld het land regeerde. Fidel Castro beloofde een revolutie en kreeg dat ook voor elkaar. Het land weer van de mensen, de Amerikanen er uit. Moordaanslagen en invasies ten spijt, het lukte de Amerikanen niet om Fidel te onttronen. Cuba had een beschermer nodig en vond die in de Sovjetunie. Zo werd Cuba communistisch, kwamen er lada’s in het straatbeeld, werden er kernrakketten geplaatst en ging de wereld bijna ten onder aan een kernoorlog.

De wereld draaide door. De Sovjetunie verdween. De hele wereld werd ‘made in China’. Behalve in Cuba. Hier bleef alles bij het oude. Hierdoor is Cuba volstrekt anders dan andere landen die we kennen. Het Cubaanse landschap is weinig indrukwekkend. De door de reisgidsen bejubelde plekken vinden wij ‘wel aardig’. Cuba moet het hebben van de vele details. Van het kleinschalige landschap vol kleine gekleurde houten huisjes. Met op de veranda twee schommelstoelen in dezelfde kleur als de kozijnen: roze, blauw of groen. Schotelantennes ontbreken. Tussen het groen scharrelen de kippen, kalkoenen en varkens. De honden liggen loom op straat te slapen. Af en toe blaffend zonder overeind te komen. Cuba moet het hebben van de goedlachse mensen. Vaak te dik en in gekleurde kleding. Bij de vrouwen hoe strakker hoe beter: dikke billen mag je laten zien. Cuba moet het hebben van de rustige wegen met het wagenpark uit de jaren vijftig. De weg gedeeld met paard en wagen en karren getrokken door een ossenpaar.

Op weg naar Viñales wordt de aarde rood. Op het land wordt vooral tabak verbouwd. Mooie grote groene struiken in rechte rijen. Tractoren zouden de aarde te veel samendrukken, daarom wordt hier alleen met ossenkracht gewerkt. Twee aan twee ploegen slome ossen de rode aarde mul. Tabak, suikerriet, rijst en koffie zijn de voornaamste producten die het land produceert. Negentig procent van de tabaksopbrengst gaat naar de corporatie. In handen van de staat en een monopolie. De resterende tien procent is voor de mensen. Voor eigen gebruik of voor verkoop aan het toenemend aantal toeristen. Groenten en fruit zijn voor eigen gebruik.
0
3

Foto's bij dit blog

De ossenkar is een standaard transportmiddel
Schommelstoelen op de verranda
Tabaksplantage
Alle blogs van jeroenkleiberg
 

3 reactie(s) bij "Fietsen door een land van contrasten (deel 1)"

  • profile image comment

    Ik herken dit wel. Wij kochten de avond van te voren rijst en pinda's zodat we wel vroeg konden vertrekken. Had voor dit doe; wel een bakje meegenomen. Wat fruit erbij en dan voor de hitte wegfietsen.

    Door wisseschout • geplaatst op 2019-01-29 17:06:25
  • profile image comment

    Het klinkt veel echter dan wat ik vaak in artikelen lees, nog authentieker dan ik dacht. Het lijkt me een heerlijk land. Mooi vooruitzicht om daar heen te gaan voor de RR winnaar van 2018.

    Door agrotewal • geplaatst op 2019-01-29 10:50:37
  • profile image comment

    Mooi beschreven Jeroen. Erg contrastrijk

    Door ThijsVDenBurg • geplaatst op 2019-01-28 19:03:41

Laat een reactie achter

Meld je aan of log in met je Reisreporter account of met Facebook als je zelf een reactie wilt achterlaten.